Een kleine geschiedenis

Eén dezer dagen begint het zoveelste bedrijf van de al zes jaar aanslepende soap Vlaams holocaustmuseum . Maar nu, nu is het menens. Na lang aarzelen en veel Joodse druk is Yves Leterme vastberaden, het Joods Museum van Deportatie en Verzet (JMDV) krijgt wat het al in 2001 wou. Enkele bekwame maar niet meteen in deze materie gespecialiseerde historici verklaarden zich bereid om op de foute gang van zaken toe te zien, en verlenen die aldus een wetenschappelijk tintje en legitimatie. Gedoodverfde specialisten als Rudi Van Doorslaer, Lieven Saerens, Pieter Lagrou en ikzelf werden om allerhande redenen uitgesloten. De twee laatst genoemden, Pieter Lagrou en ikzelf, wilden en willen niet deelnemen aan dit verwaterde initiatief en maakten dat van meet af aan duidelijk, ook in opiniestukken.

Tot mijn spijt verneem ik van verscheidene kanten dat Bruno De Wever, die wel meedoet en de andere deelnemende historici heeft voorgedragen, het verhaal verspreidt dat ik mijn verantwoordelijkheid weiger op te nemen en 'alles aan mezelf te wijten heb'. Nu kan er veel over me gezegd worden en is ook weinig menselijks me vreemd, maar verantwoordelijkheid uit de weg gaan? Al helemaal niet met betrekking tot deze soap. Dat dit in 2001 fout geplande holocaustmuseum er nog altijd niet staat, dat er een wetenschappelijk comité kwam onder leiding van Bruno De Wever, dat er een vernieuwende blauwdruk kwam voor een wetenschappelijk en maatschappelijk verantwoord museum, ligt in niet onbelangrijke mate aan mijn onverdroten inzet, het telkens weer opnemen van verantwoordelijkheid, vaak tegen alles en iedereen in. Zie daarover mijn opiniestukken en artikels.

De leden van voornoemd wetenschappelijk comité, Bruno De Wever inbegrepen, waren overeengekomen dat ze zich zouden houden aan hun blauwdruk; de regering zou er terdege rekening moeten mee houden, we zouden geen vrede nemen met een verwaterd initiatief. Maar de regering ging haar gang en stelde een manusje-van-alles aan om, in nauwe samemspraak met het JMDV, een nieuwe blauwdruk op te stellen die alleen uitmunt door vaagheid en onuitvoerbaarheid.

Dit alles gebeurde achter de schermen, zonder het wetenschappelijk comité in te lichten of te horen. Behalve Bruno De Wever, in zijn functie van voorzitter. Hij koos ervoor om de andere leden van het comité niet in te lichten, de kat uit de boom te kijken en stapte uiteindelijk in het nieuwe, verwaterde initiatief. Toen ik lont rook weigerde Bruno in te gaan op mijn herhaald verzoek om de comitéleden alsnog op de hoogte te brengen. Pas toen alles in kannen en kruiken was en hij zeker was van zijn positie stelde hij de comitéleden voor een voldongen feit.

Voordien had hij ook maandenlang geweigerd om in te gaan op de smeekbede van Pieter Lagrou en mezelf om als wetenschappelijk comité een publiek standpunt in te nemen tegen de 'nieuwe' plannen van de Vlaamse regering. Deze open brief is dus meer dan een zelfrechtvaardiging. Had Bruno De Wever als voorzitter van het wetenschappelijk comité het licht op groen gezet voor een gezamenlijke actie, in plaats van zich in te voegen in het nieuwe project, dan was er een tegendruk gekomen waar de Vlaamse regering terdege rekening mee had moeten houden. Het geplande museum zou er dan anders hebben uitgezien. Ook kleine geschiedenissen hebben hun rechten.

Maar Bruno De Wever koos voor zijn eigen weg. Dat staat hem natuurlijk vrij, maar door de informatie die hem als voorzitter werd toegespeeld achter te houden, door geen overleg te plegen met de andere leden van het comité, heeft hij hun en zeker mijn vertrouwen geschonden én een andere koers onmogelijk gemaakt.

Tactisch en verstandig als steeds zorgde Bruno De Wever voor de nodige rugdekking. Zonder me te raadplegen, achter mijn rug, en op een bepaald moment zelfs tegen mijn expliciete wil in, probeerde hij me als reserve-wetenschapper en als lid van een nog op te richten nieuw wetenschappelijk comité in te passen in de nieuwe constellatie. Hij deelde me dat niet mee, ik vernam dat van derden aan wie Bruno dit zelfrechtvaardigend had verteld om aan te tonen dat hij recht in de schoenen staat, dat ik alles aan mezelf te wijten had en dat ik weigerde mijn verantwoordelijkheid op te nemen.

Ook Bruno is niets menselijks vreemd. In de voorbije maand heb ik hem in alle talen gevraagd om dit dwaze verhaal niet verder te verspreiden en privé, tegenover zijn gewezen vriend, toe te geven dat hij een paar serieuze steken had laten vallen. Hij wil daar niet van horen, hij en niemand anders is volkomen integer, hij en niemand anders neemt zijn verantwoordelijkheid op en hij voelt zich zowaar onheus behandeld door mij.

Zo'n open brief is beslist ongebruikelijker dan veel besloten gekonkel, maar getuigt daarom nog niet van minder verantwoordelijkheidszin of moraliteit.

 

P.S. Deze 'kleine geschiedenis' stuurde ik persoonlijk aan tal van academici, intellectuelen, mediamensen, en andere mogelijke belangstellenden