Gie van den Berghe (Gent, 1945) is autodidact en freelance wetenschapper. Hij ging op zijn drieëndertigste studeren, werd aan de Universiteit Gent licentiaat en doctor in de moraalwetenschap met een studie over de nazi-kampen (onderling gedrag, overlevingsschuldgevoel…) die hij herwerkte tot Met de dood voor ogen (Antwerpen, 1987). Later volgden nog: De uitbuiting van de Holocaust (Antwerpen, 1990 & Amsterdam, 2001), De zot van Rekem & Gott mit uns (Antwerpen, 1995), Getuigen, de Belgische nationale bibliografie van egodocumenten over de nazi-kampen (Brussel, 1995), Au camp de Flossenbürg (1945). Témoignage de Léon Calembert (Bruxelles, 1995), Flossenbürg, een vergeten concentratiekamp (Brussel, 1999), De mens voorbij. Vooruitgang en maakbaarheid 1650-2050 (Antwerpen, 2008) en Kijken zonder zien. Omgaan met historische foto's (Kalmthout, Pelckmans, 2011). Over deze onderwerpen en veel andere schreef hij voor, tijdens en na zijn studies talloze wetenschappelijke en vulgariserende artikels en essays in vooraanstaande, bekende en minder bekende kranten, weekbladen, tijdschriften en bundels. Momenteel werkt hij aan Buiten beeld, een groot project over een reeks foto's en een documentaire die Henri Cartier-Bresson in 1945 in Dessau heeft gemaakt; het moeilijke einde van WO-II (tapijtbombardementen, de aanmaak van Zyklon B in Dessau, de bevrijding van nazi-kampen) en het al even moeilijke begin van de vrede (displaced persons kampen, geallieerde uitlevering van vluchtelingen aan de Sovjet-Unie) en de betekenis van fotografie bij dit alles.

Gie van den Berghe dook in verscheidene landen in de archieven, werkte acht jaar als geschiedkundige aan het SOMA (Studiecentrum Oorlog en Maatschappij, Brussel) en is sinds 2003 gastprofessor aan de Universiteit Gent.

Zijn werk werd bekroond met geschiedkundige en andere prijzen, onder meer de Arkprijs voor het Vrije Woord.