Groot historicus, klein boekje | Friedlnders 'mmoires'

Het is een gekend fenomeen: als een boek bij het grote publiek aanslaat, gooien nogal wat uitgevers inderhaast vroeger werk van de auteur op de markt. Dat brengt ongetwijfeld extra geld in het laatje, maar de lezer komt niet zelden bedrogen uit. Zo ook met de Herinneringen van Saul Friedländer, de auteur van het alom geprezen Nazi-Duitsland en de joden (besproken in Café des Arts van 8 januari 1998).

Friedländer schreef deze memoires in 1977 in Israël. Hij begon eraan op de tiende verjaardag van de Zesdaagse Oorlog en beëindigde ze enkele maanden later toen de Egyptische president Sadat Jeruzalem bezocht en de hoop op vrede terug opflakkerde. Quand vient le souvenir... werd het daaropvolgende jaar in Frankrijk gepubliceerd. Daar had Friedländer in de jaren zestig naam gemaakt als specialist inzake de jodenuitroeiing door de nazi's. Zijn in 1964 verschenen Pie XII et le IIIe Reich. Documents, opgedragen aan zijn in Auschwitz vermoorde ouders, had heel wat stof doen opwaaien. Teruggeplaatst in zijn tijd en context, de triomfen van Israël en de belofte van vrede, moet er toen voor zijn memoires een publiek geweest zijn.

Friedländer is eind 1932 in Praag geboren, vier maand vóór Hitler aan de macht kwam. Enkele jaren later vielen de nazi's Sudetenland binnen en zijn ouders vluchtten met hem naar Frankrijk. Toen ook daar de deportaties begonnen, stelden ze alles in het werk om tenminste hun zoontje van de ondergang te redden. Dankzij de onbaatzuchtige hulp van menslievende katholieken slaagden ze daar uiteindelijk in.

De kleine Friedländer bracht de oorlog door in een streng katholieke, conservatieve, traditioneel antisemitische kostschool waar zowaar met maarschalk Pétain gedweept werd. Hij kreeg een onverdachte Franse naam, Paul-Henri Ferland, werd gedoopt en deed zijn plechtige communie. Zijn geassimileerde maar joodse ouders hadden er schriftelijk in toegestemd dat hij in het katholieke geloof zou worden opgevoed. Afgesneden als hij was van de buitenwereld, stortte Paul-Henri zich vol overgave in het geloof. Zoals vele andere kostgangers twijfelde hij er niet aan dat hij geroepen was priester te worden.

Na de bevrijding werd een voogdijraad aangesteld. Friedländer wou jezuïet worden. Tot een welmenende en zich respectvol inlevende pater hem duidelijk maakte wat er in Auschwitz gebeurd was. "En zo, staande voor deze duistere Christus, luisterde ik: Auschwitz, treinen, gaskamers, ovens van crematoriums, miljoenen doden...". Voor het eerst in zijn leven voelde Friedländer zich joods, ook al wist hij niets van het judaïsme en was hij overtuigd katholiek. Hij wou nog steeds priester worden, maar een ongekende kracht trok aan hem. Hij nam zijn oorspronkelijke naam terug aan en trok kort nadien in bij zijn joods-orthodoxe voogd.

In 1946 ging hij in de Jura op vakantiekamp met de zionistische jeugd. Een toespraak van een van de leiders maakte van hem een zionist. Gedaan met de passiviteit! Nooit meer als een kudde schapen naar de slachtbank! Een eigen staat! In 1947 brak hij onverhoeds zijn studies in Parijs af om in Erets Israël te gaan vechten. Omdat hij als vijftienjarige eigenlijk te jong was om met een groep strijdbare zionisten scheep te gaan naar Palestina, vervalste hij zijn geboortedatum. In Israël veranderde hij zijn voornaam van Paul in Shaul, hij leerde Hebreeuws en raakte gefascineerd door de bijbel en door Israël. Drie jaar militaire dienst deden dit enthousiasme wat bekoelen.

Het staat niet in zijn memoires, maar Friedländer keerde als Israëliër naar Parijs terug om er politieke wetenschappen te studeren. Hij promoveerde in Genève en doceerde er hedendaagse geschiedenis. Tijdens de Zesdaagse Oorlog (1967) verdedigde hij in de Franse media de Israëlische standpunten, ook al had hij een "afkeer voor de uitbarsting van een zowel simplistisch als mystiek nationalisme" en groeide in hem de twijfel. Datzelfde jaar keerde hij naar Israël terug om in Jeruzalem les te geven. De jonge soldaat-intellectuelen lieten een onuitwisbare indruk op hem na. In de herinneringen die hij tien jaar optekende, uit hij alleen voorzichtige twijfel over de Israëlische politiek met betrekking tot de Palestijnen. Hoe zou Friedländer daar nu tegenaan kijken? Waarom liet hij het boekje ongewijzigd herdrukken?

Friedländer kon lange tijd praten noch schrijven over zijn verleden. Een verblijf bij een oom in Zweden die zeer bewust met zijn jood-zijn omging, opende deuren "die nooit meer dicht zouden gaan". Het verleden dook op, duistere vragen uit de tijd van zijn adolescentie drongen zich aan hem op en beïnvloeden nog steeds zijn kijk op de dingen.

Dit ongetwijfeld dramatische en potentieel boeiende verhaal wordt zó breedsprakerig, houterig, slordig en onvolledig gebracht, dat het weinig lezers zal aanspreken. Het is met de Franse slag geschreven; vol overpeinzingen, invallen, geklets en details zonder al te veel relevantie. De enkele verspreide overdenkingen over werking en onvolkomenheid van geheugen en herinneringen, worden op geen enkele manier uitgewerkt. Het interessante verband tussen Friedländers verleden en zijn wetenschappelijke werk (jodenuitroeiing, betrokkenheid van de katholieke kerk) komt nergens ter sprake. Het boek is slecht geschreven en gestructureerd, vol gekunstelde en inhoudsloze zinnen. De vertaling is van hetzelfde niveau.

Om het met Friedländer zelf te zeggen: "Als ik door deze bladzijden blader, voel ik me soms zwaar ontgoocheld: nooit zal ik kunnen uitdrukken wat ik wil zeggen; ik weet dat deze vaak onhandige regels ver af staan van de herinneringen, die slechts wat wanordelijke fragmenten van het bestaan van mijn ouders weergeven, van hun wereld, zelfs van de tijd toen ik kind was."

Met het oog op de plannen om Pius XII in overdrive heilig te verklaren, had men er beter aan gedaan Friedländers Pius XII en het IIIe Rijk (destijds in vertaling verschenen bij uitgeverij Contact) heruit te geven. Dat zou tenminste een interessante aanvulling geweest zijn op het recente boek dat John Cornwell aan 'Hitlers paus' heeft gewijd. Ook een vertaling van Friedländers uit 1982 daterende Kitsch und Tod (dit jaar in het Duits heruitgegeven) zou meer dan welkom geweest zijn, maar dan liefst wel een beetje geactualiseerd.

 

Friedländer, Saul - Herinneringen..., Utrecht, Het Spectrum, 188 blz

Kitsch und Tod. Der Widerschein des Nazismus, Fischer Taschenbuch Verlag, 144 blz

Gepubliceerd in De Morgen, 1998 of 1999