Echtscheiding ŗ la carte

Er zijn in grote lijnen drie vormen van echtscheiding. Bij de echtscheiding op grond van bepaalde feiten wordt in principe een fout van een der echtgenoten verondersteld (gewelddaden, mishandelingen, grove beledigingen, overspel). Die fout of schuld moet afdoend bewezen worden. Als dat gebeurd is, wordt de echtscheiding in het nadeel van de schuldige echtgenoot uitgesproken.

Daarnaast is er de echtscheiding op grond van een feitelijke scheiding. Als echtgenoten twee jaar of langer op een verschillend adres ingeschreven zijn, kan een van hen de echtscheiding aanvragen en bekomen, ook al wil de ander dat niet. Echtscheiding op grond van een feitelijke scheiding wegens krankzinnigheid of ernstige geestesstoornis van een van de partners, is hier een soort subvorm van.

Tot slot is er de echtscheiding door (of 'bij') onderlinge toestemming (EOT). De echtgenoten scheiden zonder elkaar de schuld te geven. Ze moeten het wel onderling en volgehouden eens zijn en vooraf een regeling treffen voor alle gevolgen van de echtscheiding, zowel wat kinderen als bezittingen betreft. Die overeenkomst mogen ze zelf opstellen. Alleen wanneer er een onroerend goed in het spel is, is de tussenkomst van een notaris vereist. De rechtbank van eerste aanleg ziet toe of aan alle vereisten en formaliteiten is voldaan en gaat na of de gesloten overeenkomst aan de wettelijke vereisten voldoet.

Scheiding van tafel en bed is strikt genomen geen echtscheiding. Het is een 'voorlopige' oplossing voor wie niet langer met zijn/haar partner wil samenleven, maar om morele of godsdienstige redenen echtscheiding verwerpt. Dit moet voor de rechtbank geregeld worden. Men is niet meer verplicht samen te wonen, hoeft niet meer bij te dragen in de lasten van het huwelijk, de bijstandsplicht vervalt, de bezittingen worden verdeeld en men kan niet meer van elkaar erven. Maar men blijft wettelijk gehuwd, moet trouw blijven, mag niet hertrouwen.

Het Nationaal Instituut voor Statistiek voegt de cijfers van echtscheidingen op grond van bepaalde feiten en de cijfers van echtscheiding na een scheiding van tafel en bed samen. Bovendien zijn de volledige cijfers maar tot 1994 bekend; bij die van 1995 ontbreken de cijfers van één hof van beroep; voor 1996 zijn de gegevens van vijf gerechtelijke arrondissementen nog niet binnen. Maar de orde van grootte en de trend zijn wel duidelijk. In 1991 waren er in België 10451 EOTs tegenover 10753 andere echtscheidingen. Het jaar daarop waren dat er respectievelijk 11425 en 11312. In 1993, toen de versoepeling van de echtscheidingswetgeving in zicht was, is er een lichte daling, 11145 tegenover 9090. Het jaar daarop zet dat zich door, 12295 EOTs en 9444 andere echtscheidingen. In 1995, toen de wet van 30 juni 1994 voluit speelde, krijgen we een inhaalbeweging, 17905 tegenover 10169 (de definitieve cijfers liggen dus nog iets hoger). De nog onvolledige cijfers voor 1996 gaan in dezelfde richting, 16004 en 6609.