Denken ťn handelen

Hannah Arendt, één van de grootste politieke denkers en filosofen van de voorbije eeuw, is dertig jaar geleden overleden en dat zullen we geweten hebben - het regent publicaties van en over haar. Ook de vuistdikke biografie die Elisabeth Young-Bruehl drieëntwintig jaar geleden aan haar gewijd heeft, werd nu in het Nederlands vertaald.

Hannah Arendt was een non-conformiste, als mens en als denkster. Sociaal non-conformisme was voor haar "het sine qua non voor een intellectuele prestatie" én "voor menselijke waardigheid". Arendt rookte niet alleen sigaren in het openbaar, ze nam voortdurend eigenzinnige en moedige standpunten in én handelde er ook naar.

Arendt, opgeleid door en bevriend met de twee grootste Duitse filosofen van die tijd, Martin Heidegger en Karl Jaspers, noemde zichzelf geen filosofe maar politiek theoreticus. Filosofen hadden haar ontgoocheld. Ze waren te contemplatief, te beschouwend, legden zich al te zeer toe op speculatieve en metafysische manieren van denken, en dat ging ten koste van dialogisch denken, communicatie en handelen. Filosofen houden zich meer bezig met de vraag hoe verder te filosoferen over mens en wereld dan met politiek, de vraag hoe juist te handelen in de polis, de werkelijke wereld. Politiek, het zich als burger uiten, menselijke interactie - dat maakt de mens tot mens.

Samen met Karl Jaspers wou Arendt dat de filosofie concreet en praktisch werd. Ze stelde de contemplatieve houding ter discussie, verwierp de filosofische traditie van contemptus mundi en verving die door amor mundi, liefde voor de wereld.


Vroegwijs

Hannah Arendt groeide op in Königsberg, de stad van de zo door haar bewonderde Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant. Haar ouders, geassimileerde en niet religieuze joden, behoorden tot de welstellende middenstand. Hannah werd zorgvuldig opgevoed en tot kritisch inzicht en weerbaarheid aangezet. Maakte een leerkracht een anti-semitische opmerking dan moest ze de klas onmiddellijk verlaten, naar huis gaan en de rest overlaten aan het protocol van de school. Kwam de hatelijke opmerking van een klasgenote, dan moest ze blijven en zich verdedigen. Een les die Hannah tot het einde van haar dagen zou onthouden.

Ze was vroegwijs, las Kant toen ze zestien was. Haar intellectuele kracht werd al snel legendarisch. Op negentienjarige leeftijd raakte ze betoverd door de rijzende ster van de filosofie, Martin Heidegger, die toen volop aan het worstelen was met zijn magnum opus, Sein und Zeit (1927). Hannah en Martin hadden gedurende iets meer dan een jaar een zorgvuldig verborgen gehouden amoureuze relatie en bleven ook daarna vrienden. Maar toen Heidegger begin jaren dertig in de ban raakte van de nazi's, partijlid werd en de universiteit op nazi-leest schoeide, scheidden hun wegen. Het zou zeventien jaar duren voor ze terug contact opnam met hem.

Arendt zag de nazi-bui eind jaren twintig al hangen. Ze werd zich steeds bewuster van de wereld en haar joods-zijn, wou geen toeschouwster blijven, zette zich in voor het zionisme, zonder ooit lid te worden van een organisatie. Ze werd vrij snel na het aan de macht komen van de nazi's gearresteerd maar kon naar Frankrijk ontkomen. Daar werkte ze onder meer voor een organisatie die joodse vluchtelingen naar Palestina hielp emigreren.

Haar bestaan werd steeds joodser en ze leerde de ongelijkheid en spanningen kennen tussen joden van verschillende klassen en herkomst. Toen ze in dienst was bij Germaine de Rothschild (ze hield toezicht op de bijdragen van de barones aan joodse liefdadigheidsinstellingen) stelde Arendt vast dat hooggeplaatste, geassimileerde Parijse joden fel gekant waren tegen de instroom Oosteuropese joden, bevreesd als ze waren dat ze door hun vreemde kleding, gewoontes en gebruiken het anti-semitisme zouden doen oplaaien. Arendt keerde zich van deze parvenu's af en besloot een bewuste paria-jood te worden; alleen paria's kunnen een revolutie ontketenen.

In Frankrijk had ze ondertussen Heinrich Blücher leren kennen, haar revolutionaire echtgenoot en levenslange vriend. Blücher, een voormalige spartakist en communist, diepte Hannah's politiek denken uit en bracht haar historisch inzicht bij. Hun harten vergroeiden. Arendt, die zeer op haar privacy gesteld was, schreef daar niet veel over, maar in haar The Human Condition zit toch een mooie overpeinzing: "Liefde verwoest, uit hoofde van haar passie, de tussenruimte die ons zowel verbindt als scheidt van anderen. Zolang de betovering duurt is een kind, het product van de liefde zelf, het enige dat zich tussen de twee geliefden kan voegen. Het kind, de tussenfiguur waarbij de geliefden nu betrokken zijn en dat hen samen in beslag neemt, is representatief voor de wereld, in zoverre dat het hen ook scheidt; het betekent dat ze een nieuwe wereld inlassen in de bestaande wereld. Door het kind keren de geliefden als het ware terug naar de wereld waaruit hun liefde hen heeft verbannen. Maar deze nieuwe wereldsheid, het mogelijke gevolg en het enige mogelijke happy end van een liefdesrelatie is in zekere zin het einde van de liefde, die de partners of opnieuw moet overweldigen of die getransformeerd moet worden in een andere manier van bij elkaar zijn. Liefde is, door haar aard alleen al, niet van de wereld en daardoor, meer nog dan door haar bijzonderheid, is zij niet alleen apolitiek maar ook antipolitiek, misschien wel de machtigste van alle antipolitieke menselijke krachten".


Radicaal kwaad

In 1941 emigreerden Hannah en Heinrich naar de VS. Ook daar zette Arendt zich in voor zionistische organisaties. Direct na de oorlog begon ze aan de intellectuele verwerking van wat haar en miljoenen anderen was overkomen. In haar in 1951 verschenen The Origins of Totalitarianism analyseert ze het moderne anti-semitisme, imperialisme en totalitarisme. Het boek werd in de VS enthousiast onthaald omdat het, door Arendts bijna-gelijkschakelilng van nationaal-socialisme en sovjetcommunisme, goed in de Koude-Oorlogssfeer paste.

Arendts analyse van het nazisme en sovjetcommunisme is origineel maar historisch zwak. Geen wonder, het gebeurde lag nog maar net achter de rug, en het was ook geen geschiedkundig werk. Arendt stelde alles te intentionalistisch voor, concentratiekampen zag ze als laboratoria voor doelbewuste ontmenselijking. Zo kwam ze tot haar theorie van het radicale kwaad, kwaad om het kwaad, niet langer bepaald door slechte motieven zoals eigenbelang, hebzucht of machtshonger.

Volgens Young-Bruehl genas Arendt van "de realiteit van de oorlog en de poging tot de Endlösung van de Europese joden" door de confrontatie met Eichmann in Jeruzalem. Arendt stelde er tot haar verbazing vast dat de uitvoerder van het radicale kwaad een banaal iemand was. Kwaad bleek een oppervlakkig fenomeen te zijn (althans voor de daders). Arendt had, meent Young-Bruehl, "de invloed van de ideologie op het individu" overschat. Die ideologie, het anti-semitisme, was voor Eichmann minder belangrijk dan zijn taak, de jodenuitroeiing. Geen werk dus van monsters of demonen, maar van banale, motiefloze daders. Afschrikwekkend en onverklaarbaar, zeker, maar géén "bewijs voor een oorspronkelijk kwaad element in de menselijke natuur en daarom geen aanklacht tegen de mensheid".

Dit is een eigenzinnige en zeer optimistische lectuur van Eichmann in Jeruzalem. Een interpretatie die ook haaks staat op wat Arendt elders schreef over de banaliteit van het kwaad. Bijvoorbeeld dat kwaad nooit radicaal, alleen maar extreem kan zijn. Het heeft namelijk geen demonische dimensie, bezit geen diepte. Maar juist daardoor kan het "zich als een schimmel over het oppervlak verspreiden en de gehele wereld overwoekeren en verwoesten".

In Eichmann in Jeruzalem toonde Arendt ook aan dat ook de slachtoffers zich aan 'banaal kwaad' hadden bezondigd. Ze sprak harde woorden over de collaboratie van de Joodse Raden. Arendt kreeg bakken kritiek over zich uitgestort en vanuit joodse hoek werd een haatcampagne tegen haar opgestart. Ze ging niet helemaal vrijuit. Haar boek was een moedige poging om een heikel thema aan de orde te stellen, maar ze deed dat in een nogal ongevoelige stijl en ging een paar keer flink uit de bocht. Hannah Arendt nam ook nooit makkelijke standpunten in, ze was een criticus in de oorspronkelijke zin van het Griekse woord, "een expert of uitlegger die onderscheid kan maken, dingen kan afzonderen en betekenissen kan geven".

Ook haar houding tegenover de VS was ambivalent. Als gewezen statenloze was het Amerikaans staatsburgerschap voor haar een kostbaar bezit. Ze was dankbaar te mogen wonen in een land waarin ze "de vrijheid had een ingezetene te worden zonder de prijs van de assimilatie te hoeven betalen". Maar ze ergerde zich aan de massamaatschappij, het consumentisme en de gedachteloosheid. En de meeste Amerikanen begrepen niet dat

"vrij ondernemerschap en kapitalisme, behalve in een situatie van natuurlijke overvloed en een relatief ontbreken van klassestructuur, slechts tot ellende en armoede van de massa leiden".

Young-Bruehl legt de sociale, historische en filosofische context bloot die Arendts denken mogelijk gemaakt en bepaald hebben. Ze heeft een enorme hoeveelheid bronnen opgedolven en verwerkt; ze tovert verdwenen werelden terug voor de ogen, maar een en ander had beknopter, minder detaillistisch gekund.

Elisabeth Young-Bruehl - Hannah Arendt. Een biografie, Amsterdam/Antwerpen, Atlas, 2005

Gepubliceerd in De Tijd, 1 oktober 2005