|
|
Best een bedrieglijk stukje van collega Johan Braeckman en aanhangers van de The Moral brain ('Evolutie is bedrieglijk eenvoudig', DS, 25.6). Zonder enig bewijs verkondigen ze dat ik de juistheid van de biologische evolutietheorie zou betwijfelen; Darwin in diskrediet wil brengen door hem met de nazi's te associëren; en dat ik een creationist ben wat de mens betreft.
Natuurlijk pleit het "succes van de evolutietheorie" (de toepassing op velerlei terreinen) niet tegen de juistheid van die theorie! Nergens heb ik dat beweerd, laat staan enige twijfel geuit over de evolutietheorie; wel over de oeverloze uitbreiding tot andere dan het biologische terrein. Anders dan Braeckman & C° stellen, pleit die uitbreiding van de evolutietheorie al evenmin voor haar juistheid. Het is zeer de vraag of, zoals zij beweren, het "natuurlijk net positief is als men een theorie wetenschappelijk kan toepassen in geheel andere disciplines". In mijn Darwinessay (SdL, 19 juni) verwijs ik niet zonder reden naar de psychoanalyse die in de eerste helft van de voorbije eeuw in tal van andere disciplines werd toegepast en uiteindelijk pseudowetenschap bleek te zijn.
De auteurs wijzen op de vele fouten die in mijn essay zouden staan, maar tonen er niet één aan. Ze gaan alleen maar door op wat zij menen of vrezen te lezen. Voor de rest beperken ze zich tot schandelijke verdachtmakingen. Ik zou "dicht in de buurt komen van de jongste lichting creationisten"; Darwin in diskrediet brengen door "hem te linken aan nazistisch en ander aangebrand gedachtegoed". Dit komt dicht in de buurt van smaad. Ik daag de auteurs uit om dergelijke ideeën in mijn publicaties te vinden; integendeel, ik ontkracht ze.
Braeckman & C° hebben het over "vroeger misbruik van de evolutietheorie, met name eugenetica en sociaal-darwinisme". 'Misbruik' schrijven ze, terwijl ik in mijn Darwinessay (en in De mens voorbij ) aantoon dat sociaal-darwinisme en zeker eugenetica toen vrij logisch voortvloeiden uit de evolutietheorie. Geen 'misbruik' dus, maar gebruik, een toepassing of uitbreiding van de biologische evolutieheorie, iets wat ook Charles Darwin theoretisch bijtrad.
Dit voorbeeld van de eugenetica, destijds door veel vooraanstaande geleerden als wetenschap gezien, gaf ik natuurlijk om duidelijk te maken dat men er verstandig aan doet kritisch om te springen met hedendaags onkritisch gebruik ('misbruik', in hun terminologie) van de evolutietheorie op andere dan biologische terreinen, hoezeer de aanhangers daarvan ook beweren dat het wetenschap is. Dat Braeckman & C° aan deze vergelijking voorbijzien, heeft waarschijnlijk te maken met het automatisch verband dat zij leggen tussen eugenetica en nationaalsocialisme, de demonisering van de eugenetica. Ze projecteren hun misvatting als zogenaamde fout in mijn denken. Er is geen direct, oorzakelijk verband tussen eugenetica en nazisme; dat zit alleen maar vastgeroest in het brein van de leden van The Moral Brain.
Evolutionisten kunnen veel; tot en met andermans intenties lezen en bepalen. Braeckman en C° beslissen zomaar dat ik de term 'evolutionisme' denigrerend gebruik, ja als scheldwoord; om vervolgens te kunnen besluiten dat "scheldwoorden het niet halen tegen wetenschappelijke argumenten". Verdachtmakingen doen dat ook niet, en of de theorietjes die op de korrel heb genomen wetenschappelijk zijn, is zeer de vraag. Veelzeggend in dit verband is dat deze evolutionisten de kans niet te baat genomen hebben me te vragen naar de bewijzen voor de vele onjuistheden en fouten die bijvoorbeeld het boek van Jan Verplaetse (Het morele instinct) ontsieren.
Kritiek op de modieuze uitbreiding van de biologische evolutietheorie wordt blijkbaar niet geduld. Wie de vaak speculatieve uitbreiding tot andere terreinen betwijfelt, moet in de ogen van wie daar wel in gelooft (en de kost mee verdient) een ongelovige zijn, een creationist, een ontkenner van de biologische evolutietheorie. Zoals wie het waagt te wijzen op overdrijvingen, onjuistheden en legendarische fragmenten in sommige verhalen over de jodenuitroeiing, een holocaustontkenner moet zijn. Of wie kritiek uit op het zionisme, meteen antisemiet genoemd wordt. Maar wijzen op mythische of onjuiste verhalen rond een historisch of wetenschappelijk vaststaand feit, is natuurlijk geen ontkenning van dat feit; integendeel, door het van onjuistheden te ontdoen maakt de kritikaster het de ontkenners moeilijker om ervan te profiteren.
Sterk ingekort verschenen in De Standaard van 26 juni 2009. Zie ook Onder collega's.
|