Pausin Johanna

Toen de paus in 1996 Berlijn bezocht, probeerden homoseksuelen hem aan het verstand te brengen dat wie hen ongenadig afwees evenmin welkom was. Op een straatfestival kroonden ze een prostituee tot pausin Johanna. De aartsbisschop van Berlijn was in alle staten, het gebeurde herinnerde hem aan de kwaadste periode uit de Franse Revolutie. De antiklerikale lading van het pausinverhaal doet het dus nog steeds. Op het eerste gezicht is dat toch wat vreemd. Een geleerde vrouw die, gehuld in mannenkleren, het in de negende eeuw tot paus bracht maar ontmaskerd werd toen ze van een kind beviel - dat zegt toch niet per se iets negatiefs over de kerk. Of heeft het te maken met de zogenaamde minderwaardigheid van vrouwen, die nog altijd niet geschikt geacht worden voor het priesterambt? Wie dat gelooft, moet moeite hebben met de bewering dat de Heilige Vader ooit een Moeder was.

La Papesse werd vanaf de zestiende eeuw in talloze antiklerikale geschriften opgevoerd. Telkens weer werd daar fel op gereageerd. Eind negentiende eeuw nog werd Emmanuel Royidis geëxcommuniceerd omdat hij een roman over haar had geschreven. Toen dit antiklerikaal geïnspireerde boek in 1978 in het Nederlands werd vertaald, kreeg het in anti-kerkelijke kringen een enthousiast onthaal, niemand leek aan de pausin te twijfelen.

De oudste bron over haar dateert van vierhonderd jaar na de zogenaamde feiten. In 1225 wijdde de Franse dominicaan Jean de Mailly enkele regeltjes aan haar in zijn Chronica universalis. Alles zou zich in 1099 afgespeeld hebben. Johanna werd ontmaskerd toen ze bij het afstijgen van haar paard een kind baarde. Daarop werd ze met de voeten aan de staart van het paard vastgebonden en het volk stenigde haar.

De belangrijkste ­bron is van 1265. In dat jaar tekende een andere dominicaan, Martin von Troppau, in zijn kroniek over pausen en keizers op dat paus Leo IV in 855 werd opgevolgd door "Johannes, Engelsman van afkomst, komend uit Mainz. Hij bezette de pauselijke stoel gedurende twee jaar, vijf maanden en vier dagen en stierf te Rome. Hij, beweert men, was een vrouw. In haar jeugd was ze, gekleed in mannenkleren, door haar minnaar naar Athene meegenomen. Daar boekte ze zo'n vooruitgang in verschillende wetenschappen dat niemand haar gelijke was. Toen ze later in Rome les gaf, zaten er grote meesters onder haar leerlingen en toehoorders. Ze werd zozeer geëerd, zowel omwille van haar levenswijze als haar kennis, dat ze unaniem tot paus verkozen werd. Maar als paus werd ze zwanger van de persoon waarmee ze intiem was. Het moment van haar bevalling niet kennende, brak haar water op weg van de Pieterskerk naar het Lateraan en bracht ze een kind ter wereld. Nadien stervende werd ze, zo zegt men, op die plaats begraven. Aangezien de pausen altijd wegdraaien van de door haar gevolgde weg, zijn er sommigen die absoluut zeker zijn dat ze dit uit afkeer voor het gebeurde doen. Ze staat niet in de catalogus van heilige pausen, zowel omwille van haar vrouwelijk geslacht als omwille van de onoorbaarheid van het gebeurde". Later voegde de kroniekschrijver nog enkele geruchten toe. Ze zou niet gedood zijn maar verbannen naar een klooster, haar zoon zou later bisschop geworden zijn.

Het moge duidelijk zijn dat Martin von Troppau zich op mondelinge overlevering baseerde en zelf niet al te veel geloof schonk aan de geruchten die hij optekende. Maar dat stond de faam van de pausin niet in de weg. Zo'n honderd jaar later geloofde iedereen, ook de pausen, dat ze werkelijk bestaan had. Toen Jan Hus in 1415 op het concilie van Konstanz, waar hij wegens zijn anti-pauselijke houding ter dood veroordeeld werd, expliciet naar de pausin verwees, sprak niemand hem tegen. In datzelfde tijdperk werden ook een borstbeeld en een beeld van de vrouwelijke paus vervaardigd.

In de loop der tijd werden allerhande pikante en burleske details toegevoegd. Jeanne zou een hermafrodiete geweest zijn, seksueel actief met een van haar kardinalen. Volgens de enen baarde ze een dochter, volgens de anderen een zoon. Het kind zou ter plekke gewurgd zijn en werd samen met de moeder aan de kant van de weg begraven. Volgens de veertiende-eeuwse dichter Petrarca "regende het in Brescia gedurende drie dagen en nachten bloed, werd Frankrijk geteisterd door wonderlijke sprinkhanen met zes vleugels en sterke tanden, ze verdronken alle in de Britse zee maar hun lichamen werden door de golven uitgeworpen en besmetten de lucht, wat aan veel mensen het leven kostte".

De toevoeging die het meest tot de verbeelding spreekt, is ongetwijfeld die over de porfieren stoel. Een klassieke Romeinse stenen zetel, met een gat in de zitting, zeg maar een gemak of kakstoel. De legende wil dat deze sedia stercoraria na het schandaal werd ingevoerd om na te gaan of de pas verkozen paus wel ballen had. De jongste kardinaal (in andere versies alle kardinalen) moest via het gat in de zitting de pauselijke genitaliën verifiëren. Daarbij murmelden de kardinalen 'Testiculos habet et bene pendentes', om dan in koor 'Habet ova noster papa' te zingen. Het gebruik werd, zo luidt het verder in antiklerikale geschriften, afgeschaft nadat Leo X in 1513 aldus verschillende kardinalen met syfilis had aangestoken. Se non è vero, è bene trovato!

Toch heeft de sedia stercoraria bestaan. Hij zou een functie gehad hebben in het pauselijk kroningsritueel. De nieuwe paus moest er even in gaan zitten vooraleer de kathedraal van St-Jan van Lateranen binnen te treden. Bij het rechtkomen zou hij, of de omstanders, een vers uit Psalm 113 gezongen hebben: "Hij tilt de arme uit het stof, Hij trekt hem omhoog uit het vuil, geeft hem een troon bij mensen van aanzien". Bedoeling was de nieuwbakken paus eraan te herinneren dat hij mens was en bleef, onderworpen aan natuurlijke behoeften. De paarse kleur van de stoel was een verwijzing naar de keizerlijke autoriteit.

Glorietijd van de pausin was de Reformatie. Papstfabeln, verhalen waarin pausdom en kerk geridiculiseerd werden, deden het toen uitstekend. Protestanten gebruikten het verhaal over Johanna om de tekortkomingen van het pausdom te illustreren en de pauselijke aanspraak op een universeel gezag, teruggaand op de apostel Petrus, te diskrediteren. De lijn van de plaatsbekleder van Jezus Christus tot de huidige paus was niet direct maar werd onderbroken door een vrouw, iemand van het zwakke geslacht. Het was voor protestanten bijna te mooi om waar te zijn: door god geïnspireerde kardinalen die zich lieten misleiden door een vrouw die zich seksueel met één van hen uitleefde; een paus die tijdens een processie een kind baarde; om maar te zwijgen van het desacraliserend bepotelen van de pauselijke ballen. Geen wonder dat het verhaal het goed deed (en doet) in kerkvijandige middens. In het anglicaanse Engeland bestond lange tijd een gezelschapsspel dat Pope Joan heette. Waarschijnlijk was het afgeleid van een Duits kaart- en bordspel waarbij het erop aan kwam te intrigeren, te bedriegen... en paus(in) te worden.

De Contrareformatie deed de pausin af als een protestantse kwakkel, uitgevonden om het pausdom belachelijk te maken. Dat is onjuist, reeds in de dertiende eeuw berichtten dominicaanse chroniqueurs over haar. Maar tegen de historische kritiek is pausin Johanna niet bestand. Eigentijdse bronnen zijn er niet; de kloof tussen de eerste bron en de periode waarin ze geleefd zou hebben is veel te groot; de twee oudste bronnen bevatten veel onnauwkeurigheden en onwaarschijnlijkheden en spreken elkaar ook tegen.

Peter Stanford, een katholiek journalist die eerder een biografie schreef over de duivel, is van oordeel dat iedereen dwaalt. De pausin heeft volgens hem wel degelijk bestaan, maar door een wereldwijde samenzwering is de katholieke kerk erin geslaagd ons het tegendeel te doen geloven. Bewijs voor dit complot? Niet één historische bron heeft hij over haar gevonden - dat zegt toch genoeg! Dat hij in de bibliotheek van het Vaticaan een massa verwijzingen naar pausin Johanna aantrof, stemt hem niet tot nadenken. Bewijzen van haar historiciteit? Stanford heeft het steeds weer over 500 kroniekschrijvers die haar hebben vermeld. Dat alle originelen van deze kronieken verloren gegaan zijn deert hem niet: verduisterd door de kerk! "Bewijzen zijn daar niet van, maar het is wel mogelijk en dus waarschijnlijk." Deze hoogst merkwaardige redeneringen zijn representatief voor het denkniveau van dit boek.

Stanford slikt alles, alleen met de publieke bevalling heeft hij even moeite, maar niets is onmogelijk. Hij speculeert dat het een lieve lust is, onderbouwt de ene veronderstelling met de andere, waardoor onwaarschijnlijkheden "waarschijnlijk, mogelijk, niet uit te sluiten, ja zelfs zeker" worden. Alles wat zijn vooringenomen uitgangspunt kracht kan bijzetten, verwerft daardoor bewijskracht. Het gat in de zitting van de porfieren stoel (in het museum van het Vaticaan) bijvoorbeeld, want dat "zit op de juiste plaats". Omdat La Papesse een van de beeltenissen op tarotkaarten is, gaat hij te rade bij een kaartlegster, er zich nadien over verbazend dat dit 'onderzoek' niets opleverde. Of wat dacht u van volgende redenering: Johanna mocht dan iedereen beduveld hebben, met god lukt dat niet. "Wou god dan een vrouwelijke paus? En wat zegt dat over de huidige katholieke ban op vrouwen aan het altaar?"

Stanfords geloof in de pausin is naar eigen zeggen op twee inzichten gebaseerd. Het was in de negende eeuw wel degelijk mogelijk dat een vrouw aan haar lot wou ontkomen, anderen hebben dat ook gedaan. Waarop een rommelig overzicht volgt van vrouwen die toen en later niet volgens het vrouwelijk rolpatroon geleefd hebben - kloostervrouwen, begijntjes, Jeanne d'Arc, travestieten, transseksuelen tot en met Thatcher. Stanfords verklaring is al even simpel: ze hadden gewoon iets meer testosteron in het bloed.

Helemáál overtuigend is volgens Stanford dat de pausin psychologisch waarachtig is. Dat ook (geslaagde) romanfiguren en mythische personages dat zijn, schijnt hem niet te deren.  Onversaagd raadpleegt hij een Engels professor in de psychologie die zich bezighoudt met psychologische profilering, een methode die wel eens gebruikt wordt voor het opsporen van misdadigers. Daarbij wordt op basis van de beschikbare informatie een psychologische robotfoto of profiel gemaakt.

Volgens de professor past Johanna op meer dan één manier in het patroon. Als buitenlandse was ze een outsider, en dat is een klassiek gegeven: tegen alles en iedereen moeten optornen is een bijzonder sterke drijfveer. Wat verklaart dat Johanna zo hoog opklom. Ook dat ze nadien het risico liep zwanger te worden, klopt. Criminelen die aan de arm der wet ontsnappen, plegen steeds meer risico's te nemen, als om uit te testen hoe ver ze kunnen gaan. Dat de psychologische waarschijnlijkheid van een verhaal of een (roman)figuur niet hetzelfde is als de geschiedkundige waarschijnlijkheid, lijkt Stanford en de professor te ontgaan. Kennelijk gaan ze er ook vanuit dat de menselijke psyche onveranderlijk is; de werking van de hedendaagse psyche wordt zomaar op mensen geprojecteerd die tien eeuwen geleden leefden.

Het boek is in een lamentabele journalistieke stijl geschreven. Verhaaltjes over hoe de auteur geïnteresseerd geraakte in de pausin, over zijn zoektocht en reizen, hoe de mensen die hij ontmoet eruit zien, welke kleding ze dragen. Beuzelarijen, nikszeggende anekdotes. Bijvoorbeeld: op weg naar een van zijn informanten dook plots een grote zwarte lijkwagen uit het niets op. Stanford vraagt zich af of de katholieke tegenstanders van Johanna het toch zouden halen. "Wat als dit de duivel was die me komt halen, gods straf voor het opgraven van Johanna's skelet? Misschien had ik geen slapende pausinnen mogen wakker maken."

Wie na dit alles nog aan de pausin mocht twijfelen, moet volgens Stanford maar eens verklaren waar het verhaal over haar dan vandaan komt. Een redenering waardoor in één klap ook het monster van Loch Ness, Willem Tell, Roodkapje en consoorten tot historische figuren worden verheven. Stanford is zo rotsvast overtuigd van Johanna's bestaan, dat hij voorbijziet aan het enige belangwekkende aspect van dit soort mythische verhalen: de vraag naar hun oorsprong en voortbestaan.

Sommigen hebben geopperd dat het verhaal ontsproten is aan de rivaliteit tussen dominicanen en het pausdom. In de dertiende eeuw (toen de dominicaan Martin von Troppau zijn kroniek schreef) waren beide partijen in een discussie verwikkeld over de verdeling van leerstoelen aan de universiteit van Parijs. Erg waarschijnlijk is deze verklaring niet, wie toen het pausdom wou bekladden had feiten te over, moest zeker niets verzinnen.

Anderen zien in de pausin een verwijzing naar de 'vrouwenregering', enkele machtige vrouwen (Theodora en haar dochter Marozia) die van eind negende tot midden elfde eeuw het pausdom beheersten, ook seksueel. Het waren woelige tijden, tijden van politiek en moreel verval, corruptie, machtsstreven tussen wereldlijke en geestelijke heersers. Pausen werden toen nog door de clerus en het volk verkozen, gesteund of tegengewerkt door vorsten. Verkiezingen gingen niet zelden gepaard met onlusten. Om de aanspraak van bepaalde kandidaat-pausen kracht bij te zetten, werden soms hele legers ingezet. Ook ten tijde van de pausin waren er anti-pausen. Leo IV, die haar voorgegaan zou zijn, sloeg tegenpaus Anastasius in de ban en stierf zelf in nogal verdachte omstandigheden. Zijn aanhangers kozen Benedictus III tot opvolger. Maar Anastasius, de kandidaat van de keizer, liet het er niet bij zitten; geruggesteund door ridders en afgezanten, eiste hij nieuwe verkiezingen. Pausin Johanna, een volksverhaal over wat er toen allemaal kon.

Weer anderen zijn ervan overtuigd dat het hele verhaal samenhangt met het afdwingen van het celibaat. Een vrouw op de Heilige Stoel, die het met een kardinaal deed en ontmaskerd werd toen ze beviel, zou een stichtende functie gehad hebben. Sommigen zien de pausin als een feministe avant la lettre. Haar geschiedenis verwijst naar een tijd waarin vrouwen niet of minder uitgesloten waren. Kerkelijke chroniqueurs hebben ze geleidelijk omgevormd tot een zedenles voor vrouwen: wie zich niet aan de rolpatronen houdt, wordt uiteindelijk gestraft. Johanna's publieke bevalling moest vrouwen aan hun biologische 'beperktheid' herinneren.

Stanford, Peter - The She-Pope. A quest for the truth behind the mystery of Pope Joan, London, William Heinemann, 1998, 205 blz.

Gepubliceerd in De Morgen, 1998