Ont-voeding

Ter gelegenheid van het begin van een nieuw schooljaar brengt filosoof en leerkracht Frank Albers met 'Onze kindjes' (http://frankalbers.blogspot.com en Knack, 2.9) een kleine ode aan het onderwijs. Hij noemt de school een disciplineringsmachine voor de moreel laagstaande wezens die kinderen van nature zijn. Geen reine onschuld, maar tuig van de toekomst. Zonder scholen zouden onze gevangenissen nog voller zitten! Dus laten we het grootst mogelijke respect opbrengen voor het personeel in crèches, kleuterklassen en in de eerste jaren van het lager onderwijs. Want zonder hen is het risico groot dat "het snoezige jongetje dat u zo roert terwijl hij voor camera en microfoon over zijn eerste schooldag vertelt, op een dag uw huis in brand zal steken, uw juwelen stelen, uw dochter verkrachten in een ondergronds toilet". Zij, het schoolpersoneel, zijn dus de "belangrijkste wachters van de beschaving". Zij brengen ons zeden bij die van ons wezens maken "waarmee toch min of meer te leven valt". Bijvoorbeeld, bedenk ik meteen, een meerderheid van gedweeë consumenten en een minderheid van tegen de lamp lopende bankiers, rechters, commissarissen en politici. 

In een humane cultuur, besluit Albers, zou de onderwijzende en de zorgende mens het grootste aanzien moeten genieten. In "een echte beschaving" zouden zij "de morele elite zijn", meer geëerd en beter betaald dan "ingenieurs, beroemde voetballers, politici, rechters, generaals, bisschoppen of filmsterren". Akkoord, maar voeg daar ook de opvoeders en begeleiders aan toe van mensen met een zware mentale handicap, de verzorgsters van bejaarden en dementen, poetsvrouwen en al wie een vuil, gevaarlijk of een voor zijn/haar gezondheid schadelijk beroep uitoefent. 

Maar uitgerekend de zo door Frank Albers geroemde disciplineringfunctie van de school, het leren handelen en denken volgens waarden, normen en idealen eigen aan de maatschappij, houdt ook in dat mensen die voor de ondankbaarste en smerigste klussen opdraaien ondergewaardeerd en onderbetaald worden, én dat wij dat met zijn allen doodnormaal blijven vinden. 

De school als disciplineringmachine. Niet zo lang geleden zouden velen dit opgevat hebben als een kritische, afkeurende uitspraak. Maar hier en nu wordt hij, mede door de opgefokte media-aandacht voor jongerengeweld, blijkbaar als iets positiefs ervaren. Albers prijst de school als "de belangrijkste, noodzakelijkste disciplineringmachine in elke beschaving". Waarbij wie nog niet helemaal 'gedisciplineerd' is zich spontaan afvraagt of beschavingen zonder school dan geen beschavingen waren of zijn. 

Als de socialisering (alias disciplinering) van jonge mensen vooral de taak is van scholen, dan is het triestig gesteld met maatschappij en school. Zeker, scholen spelen een rol in het socialisatieproces, door disciplinering én interactie met leeftijdsgenoten, leren samenleven. Maar daarnaast heb je natuurlijk het gezin als bakermat van vanzelfsprekende waarden en normen; de peergroups waarin jongeren eigen en andermans grenzen aftasten, jeugdverenigingen en, last but not least, het al dan niet voorbeeldig gedrag van volwassenen; tal van maatschappelijke invloeden dus. Als kind en jongere ben je op al die vlakken discipel (leerling), wordt je door je omgeving - als het goed is - discipline (lering) bijgebracht, word je uiteindelijk je eigen meester. Als disciplinering, socialisering alleen of voornamelijk op scholen gebeurt, en nog wel op machinale wijze, dan is er iets mis met onze maatschappij. 

Om scholen als panacee tegen criminaliteit voor te stellen haalt Albers er het morele optimisme van Socrates bij. Wie het goede kent, doet het. Misdadigers zijn gewoon slecht geïnformeerde mensen, ze hebben niet geleerd het goede van het kwade te onderscheiden. Dat is een wel zeer idealistische en benepen visie van moraal. Alsof goed en kwaad voor eens en altijd vastliggen, universeel en onveranderlijk zijn. Alsof wat in de ene situatie of context een kwaad is, in een andere geen goed kan zijn. Wie een mens op eigen houtje doodt is een moordenaar, wie in oorlogstijd op bevel doodt is een held, vervult zijn (schoolse) plicht. Of denk aan abortus, desnoods om het leven van de moeder te redden. Bovendien doen veel misdadigers wetens willens kwaad omdat het voor hen (een) goed is, veel profijt kan opleveren. Anderen doen kwaad omdat ze ervan overtuigd zijn dat het (op een hoger vlak) een goed is (sterilisatie van geesteszieken, uitroeien van 'minderwaardige' rassen die het hogere ras heten te bedreigen). 


Scholen stomen klaar voor de maatschappij. Je leert er hoe in het gareel lopen om voor normaal door te gaan, succes te boeken. Hoe zo probleemloos mogelijk meedraaien in de maatschappij en haar tegelijk in stand houden. De school leert dus doorgaans niet hoe die maatschappij in vraag te stellen, laat staan ertegen te protesteren of tegen in te gaan. En zo zijn scholen inderdaad de behoedsters van de maatschappij. Er wordt, ook omdat veel leerkrachten in het gareel (moeten) lopen, veel te weinig aan maatschappijkritiek, aan ont-voeding gedaan.

Aangeboden aan De Standaard en De Morgen, maar niet gepubliceerd. Frank Albers daarentegen plaatste deze bijdrage wel op zijn weblog.