Bruisende stad | Amerikaanse vrijheid blijheid

Het New York van Jacqueline Goossens en Tom Ronse oogt prachtig, als stad en boek. Toen ze begin jaren 1980 als jonge Vlaamse journalisten in de metropool belandden, bleven ze er, gefascineerd door wat toen en nu een bruisende stad is. Ze werken en gidsen er nog steeds.

The City of New York – de titel op de voorpagina - is een liefdesverklaring geworden die het midden houdt tussen toeristische gids en reisverslag. Alleen al om de magnifieke illustraties loont het boek de moeite. Helaas moet de lezer de onderschriften telkens achterin het boek opzoeken, naast in postzegelformaat gereproduceerde beelden. Ongenummerde beelden zoals ook de bladzijden, waardoor ook register en inhoudstafel ontbreken.

Er valt in New York meer te bekijken dan te zien. Zoals zo vaak worden de vele afbeeldingen alleen als illustratie gebruikt, niet als op zichzelf staande, waardevolle bronnen. Best verwonderlijk voor een boek dat er zich op beroept dat we ons ‘dankzij de fotografie’ een beeld kunnen vormen van de fascinerende geschiedenis van New York.

Over onderstaande foto bijvoorbeeld, vind je achterin alleen dat het Filippino’s in lendendoek betreft die op 27 mei 1907 ‘tentoongesteld’ werden in Dreamland.

Dreamland was een van de grote pretparken die eind 19de, begin 20ste eeuw op Coney Island, in de monding van de Hudson rivier, massa’s New Yorkers lokte. Op de foto zijn Igorote te zien, vertegenwoordigers van een bergvolk uit de Filippijnen, die in 1905 een mensenzoo in Dreamland bevolkten om er door kermisgangers begaapt te worden.

In 1904 had de Amerikaanse regering, die net de duimen had gelegd in de Amerikaans-Filippijnse oorlog, 1300 Filippino’s naar de VS gehaald om ze op de wereldexpositie in Louisiana aan de bevolking te tonen en zo duidelijk te maken dat Filippino’s nog lang niet zichzelf konden regeren. Truman Hunt, een in de Filippijnen bedrijvig Amerikaans arts, vatte toen het idee op om een vijftigtal Igorote koppensnellers in te huren (5 dollar per maand) voor een tournee door de VS. Op Coney Island speelden ze hun ‘primitieve’ rituelen na, kookten en aten het vlees van honden aangevoerd uit een New Yorks dierenasiel. Dit alles tot vermaak en gruwel van geciviliseerde toeschouwers.

Dreamland, de naam zegt het: je kon er van alles en nog wat beleven, van Somali krijgers tot Eskimo’s. Lilliputia, een door driehonderd uit de hele wereld afkomstige dwergen bevolkt dorp,had eeneigen parlement, brandweer en strand. De dorpelingen werden naar verluidt aangemoedigd om seksuele taboes te doorbreken. ‘Zelfs Freud kwam ernaar kijken’, besluiten Goossens en Ronse.

Sigmund Freud heeft toen hij in 1909 lezingen gaf in de VS behalve de Niagara-watervallen inderdaad ook Dreamland bezocht. Hij zou het een van de meest intrigerende plekken van Amerika genoemd hebben. Niet verwonderlijk, Freuds lustprincipe heerste er volop. Maar eens terug in Europa zei de man tegen zijn latere biograaf Ernest Jones dat ‘Amerika een vergissing was, weliswaar een gigantische vergissing, maar een vergissing is het’. Freud had zich geërgerd aan de afwezigheid van openbare toiletten, het slechte water en voedsel, het gebrek aan ‘goede manieren’ en (Europese) intellectuele cultuur, aan de seksuele hypocrisie.

Nog een voorbeeld uit vele van de vaak gebrekkige tot soms afwezige informatie bij de foto’s:

Achterin vind je alleen ‘Charlie Chaplin op de schouders van Douglas Fairbanks aan de voet van George Washingtons standbeeld in Wall Street tijdens een Liberty Bond Rally, april 1918’. Duidelijker is: toen de VS begin april 1917 betrokken raakten bij de Groote Oorlog gaf de regering ‘vrijheidsobligaties’ uit om de oorlogsinspanning te bekostigen. Omdat het patriottisme zich niet direct in klinkende munt vertaalde, sprak de regering beroemdheden aan, vooral filmsterren, om de bevolking op het rechte pad te brengen.

Nogal wat foto’s werden vrij willekeurig beknot. Bij Arriving at Ellis Island (waar eind 19de eeuw een immigratiecentrum werd opgericht) bijvoorbeeld, verdween rechts een man en een vrouw die samen met een andere man een koffer zeult, werden ook links en bovenin flarden weggelaten. De foto werd overigens niet rond 1907 gemaakt maar in 1915.

Alle afbeeldingen zijn bovendien sepia verkleurd. Dat moge antiek of romantisch aandoen, maar de beelden worden er alleen maar minder scherp, minder duidelijk door. Uit jarenlange ervaring weet ik dat je als auteur flink op je stuk moet staan om van vormgevers en uitgevers gedaan te krijgen dat ze afbeeldingen ongewijzigd afdrukken. Men beseft te weinig dat een foto al een uitsnede is. Zo’n geselecteerde werkelijkheid verder vervormen doet haar geweld aan. Je mag er niet aan denken dat teksten (of reproducties van kunstwerken) op die manier worden verminkt - al gebeurt ook dat.

Naast veel interessante informatie en wetenswaardigheden bevat het boek ook nogal wat overbodige details (aantal baanvakken van een bepaalde brug, de eerste persoon die erover ging…). Een en ander wordt ook iets te onkritisch, te idealiserend voorgesteld. Maar goed, het maakte me nieuwsgierig en dat leverde bijkomende informatie en inzichten op.

Liberté chérie

Goossens en Ronse besteden vanzelfsprekend aandacht aan het Vrijheidsbeeld, voor velen hét symbool van de Verenigde Staten. Het beeld symboliseerde ook de afschaffing van de slavernij in de VS. Liberté, de vrijheidsdame, zou aanvankelijk een gebroken keten in de linkerhand gehad hebben ‘maar die werd vervangen door tabletten die ‘de wet’ symboliseren’. Op de stenen tafel staat in Romeinse cijfers de datum van de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, 4 juli 1776.

Het beeld was bedoeld voor het eeuwfeest van die Amerikaanse onafhankelijkheid, maar het kon pas tien jaar later onthuld worden. In 1876 kon alleen de afgewerkte arm met toorts uit Frankrijk overgebracht worden om tentoongesteld te worden op de wereldexpositie in Philadelphia. Foto’s van de toorts en bezoekersgeld brachten geld in het laatje voor de financiering van het voetstuk waarop het Vrijheidsbeeld komen moest.

Of Liberté ooit een ketting vasthield, blijft onduidelijk.1 Zeker is dat aan haar rechter- en linkervoet een gebroken ketting en schakel liggen, al zijn die door de immense sokkel alleen uit de lucht te zien.

De geschiedenis van het Vrijheidsbeeld verdient nader belicht te worden. Het idee werd in 1865 gelanceerd door Franse republikeinen die dweepten met het in dat jaar verenigde Amerikaanse Noorden en Zuiden en de afschaffing van de slavernij. Edouard de Laboulaye, expert Amerikaanse grondwet en medeoprichter van de Franse antislavernijvereniging, stelde aan een gezelschap abolitionisten voor de VS een gigantisch beeld te schenken om de vriendschapsbanden tussen de VS en Frankrijk verder aan te halen en in de stille hoop dat het onder Napoleon III kreunende Frankrijk snel zou democratiseren. Auguste Bartholdi, een Frans beeldhouwer en vriend van de Laboulaye, maakte deel uit van het gezelschap. De man werkte toen aan een ontwerp voor een vuurtoren-beeld dat de toegang van het Suezkanaal bij Port Saïd moest verlichten. Egypte, baken van Azië werd uitgebeeld door een traditioneel Arabisch geklede vrouw met een toorts in een opgestoken arm. Enkele in het museum Bartholdi (in Colmar) bewaard gebleven ontwerpen:

De aanleg van het kanaal nam meer tijd in beslag dan gedacht en Egypte staakte de financiering. In 1871 kreeg Bartholdi de opdracht om het Vrijheidsbeeld te maken. Hij ontwierp La liberté éclairant le monde naar de gelijkenis van Libertas, de Romeinse godin van vrijheid, draagster van een vilten muts, de pileus, gedragen door vrijgelaten Romeinse slaven. Bartholdi zette Liberté een zevenpuntige kroon op, een verwijzing naar de zeven continenten en oceanen. Gustave Eiffel nam het metalen binnenwerk voor zijn rekening (de Eiffeltoren werd enkele jaren later opgetrokken voor de honderdste verjaardag van de Franse revolutie).

Om de financiering rond te krijgen werd Liberté’s hoofd in 1878 tentoongesteld op de wereldtentoonstelling van 1878 in Parijs. Mits betaling van enkele centiemen konden gegadigden met de trap tot in de kroon.

 

Beeld aan de Rue de Chazelles, Parijs

Goossens en Ronse wijzen er terecht op dat het Vrijheidsbeeld van geen betekenis was voor Afro-Amerikanen. Bij de inhuldiging was niet één zwarte (en ook niet één vrouw) aanwezig. De door een zwarte hoofdredacteur geleide The Cleveland Gazette stelde voor het beeld in de oceaan te duwen ‘tot de vrijheid in dit land van dien aard is dat ze aan een werklustige en ongevaarlijke, in het zuiden levende zwarte toelaat zijn brood en dat van zijn gezin te verdienen zonder ‘geklukluxcand’, vermoord, verkracht en beroofd te worden’.

Het Vrijheidsbeeld werd in oktober 1886 opgericht op Bedloe’s Island (herdoopt in Liberty Island). Het moest alle New York binnenvarende immigranten welkom heten. In die eerste decennia viel daar bijzonder weinig van te merken. Tegenstanders van de al snel massale immigratie schilderden het welkomstbeeld af als het symbool van de teloorgang van Amerikaanse vrijheden en waarden, bedreigd door armoedige, zieke, vervuilde anarchisten, communisten en ander gespuis. Toen in 1890, vier jaar na de inhuldiging van het beeld, William Windom, een politiek tegenstander van immigratie, cynisch voorstelde om een immigratiestation op te richten op Liberty Island, publiceerde het satirische weekblad Judge een cartoon waarop een ontstemde Vrijheidsdame de rokken optilt om zich te beschermen tegen de nieuwkomers die door Europese vuilnisschepen aan haar voeten worden gedumpt. Ze dreigt ermee naar Frankrijk terug te keren. Het voor immigranten zo hoopvolle symbool was lange tijd voor velen een anti-immigratie symbool. Recent werd Liberté’s voorgeschiedenis als Arabische dame aangegrepen om de immigratie van moslims af en dan weer goed te keuren.

 Pour la petite histoire

In 1889 schonk de Frans-Amerikaanse gemeenschap een klein Vrijheidsbeeld (11,5 meter in plaats van 46,5 hoog) aan Frankrijk ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Franse revolutie. Op het voetstuk kwamen, broederlijk verenigd, de data van die omwenteling en die van de Amerikaanse onafhankelijkheid. De replica stond eerst tegenover de Eiffeltoren, met de rug naar de VS, kwestie van die niet naar het centrum van de Franse macht, het Élysée te keren. In 1937 werd het beeld verplaatst en wel zo dat de dames elkaar over de oceaan heen leken te begroeten.

1. Het Bartholdimuseum bevestigde in een mail van 5.1.21 dat ze geen schets of afbeelding bezitten van het Vrijheidsbeeld met een keten in de hand. Op alle schetsen verbrijzelt ze een keten onder de linkervoet. Het museum van de stad New York bezit wel een terra cotta beeldje met in de linkerhand iets dat kan doen denken aan een gebroken ketting. Maar dat is een (voorlopig) door niets aangetoonde interpretatie

 

Goossens, Jacqueline & Ronse, Tom - The City of New York. Een fotografische reis naar het wervelende verleden van een metropool die blijft verbazen, [Veurne], Hannibal, 2020, 39,95 (ca 230 blz.).

Gepubliceerd op het Salon van Sisyphus op 4.1.2021