Het kamp van Lokeren

Een tijdje geleden vertelde een kennis me verontwaardigd dat zij noch haar vader het dossier mochten inzien dat over hem was aangelegd toen hij, kort na de bevrijding, in het kamp van Lokeren werd opgesloten op verdenking van collaboratie. Na vier maand gevangenschap was hij vrijgelaten, zonder enig onderzoek, proces of veroordeling.

Een bevriend historicus kende wel iemand die toegang had tot het archief. In bedoeld dossier bleek weinig meer te zitten dan vage vermoedens, waarschijnlijk gebaseerd op geroddel. Dat was natuurlijk niet meteen van aard om de rancunegevoelens van vader en dochter tegen de Belgische staat te temperen. Meer dan ooit waren ze ervan overtuigd dat ze het dossier niet mochten inzien omdat 'men' vreesde dat ze verhaal zouden willen halen op de staat.

Volkomen begrijpelijke gevoelens, maar van een complot is geen sprake. Ook wie destijds veroordeeld werd, krijgt zelden of nooit toelating om zijn dossier in te kijken. De oorzaak is banaler, met name de bijna spreekwoordelijke stug- en starheid van de bureaucratie. De betrokken diensten stellen zich onpersoonlijk op, houden zich angstvallig aan de letter van de wet en steken hun paraplu op. Met als gevolg dat mensen die gewoon iets meer willen weten over hun verleden, van het kastje naar de muur worden gestuurd. Laat ons hopen dat het Koninklijk Besluit dat in de maak is om dossiers bewaard in het Rijksarchief makkelijker toegankelijk te maken er snel komt.

Het kamp in Lokeren werd begin 1941 door de Duitsers opgericht met de bedoeling er krijgsgevangenen in onder te brengen. Uiteindelijk werd het een hechteniskamp voor administratief veroordeelden (smokkelaars, zwarthandelaars, sluikslachters). Na de bevrijding was het een van de grootste van de 170 officiële centra waarin al dan niet vermeende 'zwarten' werden opgesloten. In de drie jaar dat het kamp bestond, passeerden er om en bij de 18.000 mensen.

De geschiedenis van dit in Vlaams-nationalistische kringen beruchte opsluitingsoord werd tot op heden niet systematisch onderzocht. Eind jaren tachtig werden de opsluitingsdossiers overgedragen aan het Rijksarchief van Beveren. Een jonge geschiedkundige, Björn Rzoska, greep zijn kans. Hij onderzocht, bestudeerde en analyseerde de dossiers voor zijn afstudeerscriptie. En die werd nu omgewerkt tot een boek.

Het meest vernieuwende onderdeel van zijn onderzoek betreft de niet-veroordeelden. Omdat ze nooit gestraft werden waren er geen juridische bronnen en daardoor ontbraken ze in de geschiedschrijving. Liefst 60% van de in Lokeren geïnterneerden werd nooit veroordeeld. Het hun ten laste gelegde kon niet worden bewezen of was te licht voor straf. Velen waren ook op bijzonder lichte gronden gevangen gezet. Een vermoeden van Duitsgezindheid, bijvoorbeeld een 'zoon die naar het Oostfront is gegaan', volstond vaak.

Het onrecht dat deze mensen is aangedaan werd nooit rechtgezet. De wrok- en haatgevoelens die daarvan het gevolg zijn, worden nog versterkt door het feit dat ze ook politiek in de kou zijn blijven staan. In het amnestiedebat gaat alle aandacht immers naar collaborateurs die wél veroordeeld werden, de zogenaamde slachtoffers voor de Vlaams-nationalistische zaak.

De auteur schetst het dagelijkse leven en beschrijft de wantoestanden in het kamp. Overbevolking, onvoldoende voeding, een tekort aan hygiënische en medische voorzieningen. Niet eerder gepubliceerde foto's van kampaalmoezenier Longinus de Munter maken een en ander nog aanschouwelijker.

Tussen de dossiers van de gevangenen vond Rzoska ook 132 dossiers van bewakers, ongeveer één derde van het personeelsbestand van het kamp. Voornaamste conclusie van zijn onderzoek: anders dan de mythe het wil, was slechts 15% van deze bewakers lid van een verzetsbeweging. Daarmee zou de mythe dat "het bewakend personeel van interneringscentra en gevangenissen ten tijde van de repressie 'weerstanders' waren", dat er met andere woorden wraak in het spel was, definitief weerlegd zijn. Maar dat is een voorbarige conclusie.

Het beeld van het kamp (én de repressie) werd, zoals de auteur beklemtoont, vooral bepaald door de gebeurtenissen in de eerste chaotische maanden na de bevrijding, toen "de interne bewaking van de meeste centra door leden van diverse verzetsbewegingen werd waargenomen". Bijna alle ontsporingen dateren uit die tijd. Sommige verzetslui gingen inderdaad hun boekje te buiten, ook in Lokeren. Maar de politieke verantwoordelijken hebben er alles aan gedaan om daar zo snel mogelijk een eind aan te stellen. Wat niet belette dat de emoties soms weer de bovenhand kregen. In mei 1945 bijvoorbeeld, toen de gruwelen van de concentratiekampen bekend geraakten, bekwamen oud-krijgsgevangenen dat de gedetineerden van Lokeren geen pakjes meer mochten ontvangen van familieleden. Allemaal zeer menselijk, maar even begrijpelijk is, dat in Vlaams-nationalistische kringen de ongeregeldheden van de eerste maanden geëxtrapoleerd werden tot het hele repressiegebeuren.

Om deze politiek-ideologische vertekening recht te zetten, moet je over goede argumenten beschikken. Rzoska's poging overtuigt niet echt. Om te beginnen maakt hij onvoldoende duidelijk of de bewakers waarvan hij het dossier terugvond representatief zijn. Bekijk je zijn analyse van dichterbij, dan blijkt dat 20% van deze bewakers werd opgeëist voor dwangarbeid in Duitsland, 8,6% was krijgsgevangene en 7,7% had moeten onderduiken. Samen met de 15% die bij het verzet heeft gezeten, geeft dat 52%. Meer dan de helft van de bewakers had dus een oorlogservaring die rancunegevoelens in de hand kon werken.

Ongetwijfeld een verdienstelijk onderzoek van iemand die veel in zijn mars heeft, maar het boek stelt enigszins teleur. Goed geschreven, maar onvoldoende uitgediept; hier en daar onduidelijk en zwak in zijn conclusies. Ook niet direct geschikt voor het grote publiek. Daartoe hadden er meer tastbare en herkenbare mensen in gemoeten, meer anekdotes, enkele uitgewerkte gevalstudies. De lezer krijgt wel statistische overzichten van veroordeelden en niet-veroordeelden, maar zo'n mathematische benadering biedt weinig kans tot inleving.

Beangrijker is, dat er nu eindelijk een geschiedkundig werk over het interneringskamp Lokeren is. Ex-gevangenen en nabestaanden kunnen enig overzicht en inzicht verwerven. En wie weet, misschien lezen enkele politici het ook en komen ze tot het inzicht dat zolang deze mensen geen erkenning krijgen, geen recht op hun verleden hebben, hun diep verankerd repressietrauma een vruchtbare voedingsbodem zal blijven voor mythische en haatdragende verklaringen.

Rzoska, Björn - Zij komen allen aan de beurt, de zwarten. Het kamp van Lokeren, Leuven, Davidsfonds, 135 blz.

Gepubliceerd in De Morgen