Heksenhamer | Henry Institoris & Jacques Sprenger - Le marteau des sorcires

Eind vijftiende eeuw, herfsttij der Middeleeuwen, en als om die te bestendigen, werden twee hooggeleerde dominicanen, Henry Institoris en Jacques Sprenger, belast met een speciale missie van de Romeinse Inquisitie, de bestrijding van ketters en heksen in het noorden van het Heilig Rooms-Duitse Rijk.

In 1486/87 verscheen onder hun naam de lijvige Malleus Maleficarum of Heksenhamer, opgesteld door Institoris. Een man met een roeping, die als een bezetene te keer ging. Geestelijken en burgers die sceptisch stonden tegenover hekserij kwamen in opstand, zetten hem de voet dwars.

Institoris sloeg alarm in Rome, eind 1484 vaardigde Innocentius VIII een pauselijk bul uit, Summis desirantes affectibus, waarin hij "met grote kracht wenst" dat iedereen de inquisiteurs bijstaat in hun heksenjacht. De Malleusis de geautoriseerde uiteenzetting van de ideologie achter die jacht. Geen oorspronkelijk werk maar een synthese die, als eerste gedrukte handboek voor demonologie, een ruime verspreiding kende en op die manier systematische vervolging in de hand werkte. Het brevier van inquisiteurs, op klein formaat gedrukt opdat het ter zitting ongemerkt geraadpleegd kon worden. Institoris, die hekserij met ketterij gelijkschakelde en de foltering veralgemeende, trok een spoor van bloed en vuur door Europa.

De Malleus werpt licht op mens- en wereldbeeld van een hooggeplaatst vertegenwoordiger van de toenmalige Kerk, en indirect ook op die van zijn slachtoffers, het volk. Achter het gedonder van de heksenjager gaat een wereld van ellende, angst, bijgeloof en revolte schuil.

Wààr Institoris ook keek, alles kleurde ketters en pervers. Een wereld in verval, vol kwaadwillende wezens, de Apocalyps voor de deur. Overal kwaad, vlakbij, de duivel had handlangers onder het volk. Alles en iedereen was verdacht: een vreemde hand op een zwangere buik, een verwensing, raar naar iemand kijken, te vaak biechten... Alle tegenspoed werd aan concreet lijkende oorzaken geweten, van duivel tot zondebok.

Institoris was zo bijgelovig en onwetend als zijn tijd. Hij werd geplaagd door nachtmerries over castrerende heksen, twijfelde er niet aan dat ze uit beenderen en vlees van ongedoopte kinderen zalf maken om te vliegen op stoel of stok. Uitkijken voor aanrakingen, waarschuwt hij, en steeds op palmzondag geëxorciseerd zout op het lichaam dragen. Alleen ooggetuigenverslagen over heksen die penissen verzamelen, in vogelnesten deponeren of in dozen opsluiten (waar ze blijven bewegen en haver eten), leken hem aan de sterke kant - zintuiglijke illusies, ingegeven door demonen. De rest staat vast, gezien de pauselijke bul, de eigen ervaring en de vele bekentenissen van heksen, "zelfs onder tortuur". Een gesloten denksysteem.

En een betoverde wereld, vol uit onmacht geboren bijgeloof. Melk die schift, onvruchtbaarheid, doodgeboren of gebrekkige kalveren of kinderen, storm, barre winters, misoogsten, epidemieën - alles werd aan boze geesten of, verkerkelijkt, aan de duivel geweten. Niet God, Sàtan was alomtegenwoordig.

Institoris koppelde hekserij en zwakke geslacht. De man was bezeten van vrouwen, de verpersoonlijking van seks en alle andere kwaad, passionele wezens die alles veil hebben om mannen in het verderf storten. Zwak, ijdel, licht- en bijgelovig; makkelijke prooien voor demonen. Fout van in het begin, gemaakt uit een kromme rib, "verdraaid en tegengesteld aan de man".

Kwaad volgt de weg van het vlees, leerde hij in biechtstoel en rechtbank. Alle hekserij komt voort uit vleselijke passie en vrouwen zijn wat dat betreft onbevredigbaar. Van een wereldvreemd vrouwbeeld gesproken.

Waren volk en inquisiteur het in grote lijnen eens over kwalen en oorzaken, niet zo voor de remedies. De Kerk drong de hare op en onderdrukte de volkscultuur. Occulte middelen - andere dan exorcisme - waren uit den boze. Geen heks raadplegen als je behekst bent, want wie kan onttoveren kan ook betoveren. Te biecht gaan, vasten, processies doen; God laat niet zomaar kwalen op mensen los!

Wie in de klauwen van inquisiteur viel, maakte weinig of geen kans. Waarom heb je dat kind aangeraakt dat ziek is geworden? Wat deed je in dat veld toen het stormde? Geloof je in hekserij? En of men dan onschuldigen veroordeelt?! Namen van verklikkers bleven geheim, kwestie van ze niet bloot te stellen aan hekserij. Getuigenissen van vijandig gezinde mensen mochten niet zomaar afgewezen worden, want bij "misdrijven van dit soort wordt hoogst zelden zonder vijandschap getuigd, heksen zijn nu eenmaal verachtelijke wezens".

Heksen, die zich met lichaam en ziel aan de erfvijand hebben overgeleverd, verdienen de doodstraf. Maar vooraleer door vuur gezuiverd te worden, moeten ze bekennen, desnoods onder foltering. In ruil voor namen van andere heksen mag strafvermindering beloofd worden. Breek die belofte niet, maar geef de fakkel door aan een ongebonden collega. Huiveringwekkend, boek en tijd.

Henry Institoris & Jacques Sprenger - Le marteau des sorcières, Paris, 1973.

Gepubliceerd in De Standaard der Letteren op 27 november 2003 in de reeks Zolderboeken en in Mores, februari 2004.