De bruikbaarheid van de holocaust | Isral en de jodenuitroeiing

Vandaag de dag beheerst de Holocaust het dagelijks leven van vele Israëli's. Het laatste decennium ging bijna geen dag voorbij zonder dat de media ernaar verwezen. De Holocaust is de kern geworden van de collectieve identiteit van Israëli's. Dat is ooit anders geweest. Ten tijde van de jodenuitroeiing toonde de joodse gemeenschap in Palestina, de Yishuv, weinig belangstelling voor het lot van de Europese joden. En na de oorlog veranderde dat niet, ook het jonge Israël had andere bekommernissen.

Tom Segev, historicus en journalist bij de Israëlische kwaliteitskrant Haaretz, brengt in The Seventh Million in kaart hoe het verleden, de zes miljoen vermoorde slachtoffers, geleidelijk heden en toekomst van de Israëli's, het zevende miljoen, ging bepalen.


Yishuv en nazi's

In zionistische ogen betekende de uitroeiing van de Europese joden het failliet van de diaspora en de assimilatiepolitiek. Het was een dramatische bevestiging van het eigen gelijk, joden hadden een eigen staat nodig. Verwezenlijking van die staat en, in afwachting, kolonisering van Palestina hadden absolute voorrang op de strijd tegen Hitler en antisemitisme, typische gevolgen en problemen van de diaspora. Zionisten trokken zich dan ook niet veel aan van de economische boycot tegen nazi-Duitsland die westerse, vooral Amerikaanse joden hadden uitgevaardigd. Joden naar Palestina krijgen was belangrijker. Daarover onderhandelden zionisten met nazi's. Midden jaren dertig bereikten ze een transfer-overeenkomst (de Haavara). De Yishuv haalde arbeidskrachten en goederen binnen, de nazi's raakten joden kwijt en mochten naar Palestina exporteren. De transfer-overeenkomst bleef tot ongeveer halverwege de oorlog in werking. In totaal verhuisden zo'n 20.000 mensen en 30 miljoen dollar van Duitsland naar Palestina.

Het pragmatisch activisme van de Yishuv stond lijnrecht tegenover het emotionele populisme van het wereldjodendom dat totale joodse solidariteit en eerbehoud hoog in het vaandel voerde. Het doorbreken van de joodse boycot door de Yishuv legde de kloof bloot tussen twee ideologische gedragslijnen die tot op heden het jodendom verdelen en de verschillende houding van diaspora-joden en Israëli's tegenover de Holocaust bepalen.


Hitler-zionisten

Het gros van de Duitse joden was liever niet naar Palestina, een ontwikkelingsland, gegaan. Ze waren geen zionisten maar Duitse burgers, nogal wat beoefenaars van vrije beroepen verjaagd door een Berufsverbot. Burgers die prat gingen op hun Duitse cultuur, normen, waarden en beschaving. Ze waren ook niet aangepast aan de pioniersnoden van de Yishuv. Te veel intelligentsia, te weinig arbeiders. En hun liberale individualisme botste met het socialistisch collectivisme van de kibboetsim.

De houding van de pioniers tegenover de nieuwkomers evolueerde vrij snel in negatieve richting. Ze werden Hitler-zionisten genoemd en gediscrimineerd. De kwaliteit van de immigratie daalde met de escalatie van de jodenvervolging. Duitse vluchtelingen kregen voorrang op joden uit minder bedreigde gebieden en er kwamen steeds meer behoeftigen, zieken en politiek onverschilligen naar Palestina. De Yishuv probeerde daar iets aan te doen door strenge selectie van de kandidaten. Nog vóór de oorlog bleven sommige joden langer dan nodig in Dachau omdat ze niet voldeden aan de economische en ideologische vereisten van de joodse gemeenschap in Palestina. De Yishuv weigerde ook asiel aan de enkele honderden Duits-joodse vluchtelingen die in 1939 op de St. Louis over de Atlantische oceaan zwierven toen lange tijd niemand bereid bleek een helpende hand uit te steken.


Business as usual

Het nieuws over de uitroeiing dat midden 1942 al in Palestina doorsijpelde wekte relatief weinig belangstelling. Ooggetuigeverslagen werden op scepsis onthaald en de media beperkten zich tot kanttekeningen, in de rand van oorlogsnieuws en verslagen over sportmanifestaties, modeshows en dies meer. Zionistische politici zagen de Holocaust als een natuurramp waar weinig tegen te beginnen viel. Als er toch joden konden gered worden, dan alleen om ze naar Palestina te brengen, tenminste als ze politiek en economisch bruikbaar waren. De Arbeiderspartij, Mapai, met Ben-Goerion aan het hoofd, controleerde de legale immigratie. De Britten legden het aantal migranten vast, Mapai vulde in wie kwam. Om de Engelsen niet te ontstemmen, om hun selectiemacht niet in gevaar te brengen, stak Mapai geen hand uit om de vele illegale vluchtelingen te helpen.

Ook de enkele kansen om duizenden joden tegen geld te ruilen werden niet te baat genomen. Humanitaire overwegingen haalden het niet op militaire en politieke imperatieven.

Het heden, de uitroeiing die aan de gang was, moest wijken voor de toekomst, het zionisme. Nog toen de slachting bezig was, spraken sommigen er al in de verleden tijd over. Eind 1942 al speculeerden enkele politici over herstelbetalingen van Duitsland aan de latere joodse staat. En er werd een herdenkingsmomument gepland, het latere Yad Vashem, tot voor kort het grootste Holocaustcentrum ter wereld.


Overleven

Na de oorlog veranderde bitter weinig. Eerst de ideologie, dan de mens. Een politiek die er onder meer voor zorgde dat nogal wat joodse overlevenden langer dan nodig in vluchtelingenkampen in Europa bleven, hun beklagenswaardige lot maakte druk mogelijk op de internationale gemeenschap om de oprichting van een joodse staat te bespoedigen.

De meeste overlevenden die naar Palestina geraakten kwamen niet uit overtuiging maar werden gedreven door uitzichtloosheid. Slecht was het ook gesteld met hun fysieke en psychische conditie. Opnieuw werd er geselecteerd, de kaarten lagen het best voor jongeren die hun man konden staan, ook militair, tegen de Arabieren.

De overlevenden kwamen in een gemeenschap terecht die geen boodschap had aan jodenuitroeiing, nederlagen, ellende en in Europa verankerde wraakgevoelens. Zulke persoonsgebonden problemen en bekommernissen conflicteerden ook met de collectivistische ideologie en de belangen van de pioniers. Overlevenden moesten niet zeuren maar zich aanpassen, een nieuwe identiteit ontwikkelen. Ze moesten het ervaringsverleden afzweren en vervangen door de zionistische interpretatie, de Holocaust als bewijs van het zionistische gelijk. Kenmerkend voor deze houding was bijvoorbeeld de theatergroep De zeven dwergen van Auschwitz, een dwergenfamilie die aan Mengele was ontkomen en eind jaren veertig het Israëlische publiek vermaakte met zang en dans.


Toenadering

De massale immigratie van joden uit Azië en Noord-Afrika, begin jaren vijftig, bracht een eerste toenadering teweeg tussen pioniers en overlevenden. De ideologische breuklijn kwam nu te liggen tussen 'Europese' joden en anderen, ashkenazim versus sefardim. Iets later zorgden herstel van contact met (West-)Duitsland en de herstelbetalingen voor meer aandacht voor de Holocaust en dat bevorderde de integratie.

Ben-Goerion had al vrij snel na de oprichting van Israël aangestuurd op normalisering. De jonge joodse staat kon het geld van de compensatieregeling goed gebruiken en de boycot stond ook economische en internationale aspiraties van Israël in de weg. Tegen de normaliseringspolitiek rees aanvankelijk fel protest. Bij vele Israëli bracht ze een conflict teweeg tussen joodse en Israëlische identiteit. Bij het verzet tegen de normaliseringspolitiek trad Menahem Begin op de voorgrond. Hij maakte van de herinnering aan de Holocaust een politiek wapen. Hij verweet de Arbeiderspartij dat ze de Europese joden in de steek had gelaten, maar nu geld probeerde te slaan uit hun lot. Hij schold ze voor nazi's, vergeleek Ben-Goerion met Hitler en had het over een nieuwe Holocaust.

Begins boodschap sloeg niet echt aan, de tijd was nog niet rijp voor collectieve identificatie met het dramatische verleden. Begin luidde wel een evolutie in die dertig jaar later zou uitmonden in een systeem van fundamentele waarden, emoties en ceremonieën met de Holocaust als middelpunt. Maar in de jaren vijftig haalden financieel-economische belangen het nog op de herinnering. Om de Israëli's te verzoenen met de normaliseringspolitiek bekende het Duitse volk bij monde van Adenauer schuld. Zijn toespraak was bijgeschaafd door Israëlische politici.


Herinnering

Het politieke gevecht om de herinnering en de betekenis van de Holocaust zette kort nadien in met het Kastnerproces. Rudolf Kastner had met nazi's onderhandeld om Hongaarse joden vrij te kopen. Hij kreeg uiteindelijk een vrijgeleide voor 1685 joden, waaronder zijn familie en vele dorpsgenoten. Collaboratie van joden met nazi's liet men in Israël liefst onbesproken. Maar in 1951 spande Kastner een proces wegens smaad aan tegen de opsteller van een pamflet waarin zijn oorlogsverleden werd aan de kaak gesteld. Het proces ontaardde in een afrekening tussen politieke partijen. In feite werd het proces gemaakt van de Arbeiderspartij, van overlevenden die hadden gecollaboreerd en van slachtoffers die zich 'als schapen naar de slachtbank hadden laten leiden'. De gedreven debatten over wat joden hadden behoren te doen in getto's en kampen, weerspiegelden natuurlijk het zelfbeeld van vele Israëli's en zette impliciet bakens uit voor de politieke toekomst van de natie.


Keerpunt

Vele Israëli's namen aanstoot aan Ben-Goerions pragmatisme. Dat Duitsland zelfs oorlogsmateriaal mocht leveren leek een belediging van de Holocaustslachtoffers. Als tegengewicht hiervoor plande Mapai de ontvoering en berechting van Eichmann. De lessen van de Holocaust moesten doordringen tot alle Israëli's, vooral tot de jongeren die geen pioniersmentaliteit meer bezaten. Ze moesten beseffen dat joden geen lammeren (meer) waren, maar een natie die van zich kon afbijten. Via het medium Eichmman zou de wereld eraan herinnerd worden dat de joodse staat door dik en dun gesteund moest worden. Door het aanwakkeren van de herinnering konden ook de banden worden aangehaald met joodse inwijkelingen uit Arabische landen die weinig voeling hadden met zionisme, Israël en de voorbije slachting in Europa. De Arbeiderspartij kon zijn blazoen wat oppoetsen, nationale trots en samenhorigheid zouden opgevijzeld worden.

De openingstoespraak van de procureur-generaal werd gecorrigeerd door Ben-Goerion. De architect van Israël dicteerde nu ook de geschiedschrijving van zijn volk. Tijdens het proces werden de emoties van de toeschouwers bespeeld door vele getuigenissen van overlevenden. De vervolging en uitroeiing werden herbeleefd op nationale schaal. Een ganse generatie overlevenden werd in eer hersteld en de Holocaust werd een nationale saga.


Uitbuiting

Met Begin als premier, de eerste die niet tot de arbeiderspartij behoorde en de eerste ook die de Holocaust van nabij had meegemaakt, werden de popularisering en politisering van de Holocaust tot het uiterste doorgedreven. De Holocaust werd de hoeksteen van het basisgeloof van de staat Israël, rechtvaardigingsgrond voor het politieke beleid. Nooit geen Treblinka meer! luidde het bij de invasie van Libanon. Officiële richtlijnen voor Israëlische officieren bevatten steeds vaker verwijzingen naar de Holocaust. Enkele militaire eenheden noemden zich 'Auschwitz', 'Mengele' of 'Demjanjuk' en beraamden moorden op Arabieren. De Holocaust werd verplichte leerstof voor lager en hoger onderwijs. In 1981 werd een wet gestemd die Holocaustontkenning bestrafte met vijf jaar gevangenis, ontkenning werd gezien als betwisting van het bestaansrecht van Israël. De jodenuitroeiing, een historische gebeurtenis, werd een nationale doctrine, een door de wet beschermde waarheid die vijf maal zwaarder bestraft kan worden dan godsloochening. De erfenis van de Holocaust werd een bijna religieus dogma dat richting gaf aan de nationale politiek.

Sommige Israëli's trokken andere lessen uit het verleden. Een groeiende minderheid verzette zich steeds krachtdadiger tegen ultra-nationalisme, discriminatie en racisme. Deze Israëli's ijveren voor vrede, meer democratie en mensenrechten voor iedereen. Enkelen zijn zelfs van oordeel dat de Holocaust maar beter vergeten wordt, dwangmatige herinnering leidt al te vaak tot blinde haat en zijn rechtvaardiging.


Openheid

The seventh million is een absolute aanrader voor wie iets wil begrijpen van de achtergronden van de Israëlische politiek en houdingen tegenover de Holocaust. Veel van wat in dit boek wordt uiteengezet was in beperkte kring al bekend, maar nu wordt het in detail uiteengezet én bewezen, door een historicus, een Israëli, die zijn boek eerst in het Hebreeuws uitgaf. Segev heeft rijkelijk geput uit staatsarchieven en het papieren geheugen van politieke partijen. Bronnen die hij aanvult met materiaal uit parlementaire verslagen, toespraken en de media. Zijn doordringende politieke analyses zijn verhelderend. Hij neemt geen blad voor de mond maar blijft genuanceerd en wars van sensatiezucht. De openheid en zelfkritiek die in dit boek aan de dag wordt gelegd zijn, wat Israël en Holocaust betreft, nog bijzonder ongebruikelijk in onze contreien, ongeoorloofd zelfs.


Toekomst

Segev idealiseert het heden waar hij het voorstelt als een definitief eindpunt van een lange evolutie naar normaliteit. Volgt men zijn redenering dan hebben de Israëli's zich gaandeweg bevrijd van frustraties en angsten rond de Holocaust, na vijf oorlogen hebben ze de herosche mythe niet meer nodig om de 'schande van de Holocaust' uit te wissen. Ze hebben een tamelijk stabiele identiteit verworven, met de Holocaust als cruciale bron, van hetzelfde belang als zionisme en religie. En zo hoort het volgens Segev.

Maar ook het heden is natuurlijk een momentopname, een fase uit een evolutie die door vele factoren wordt bepaald. Het ideologische belang van de Holocaust (en zijn politieke uitbuiting) zullen waarschijnlijk afnemen naarmate de kansen op stabiliteit en vrede in het Midden-Oosten toenemen. Vergeleken met de jaren tachtig, hét decennium van Begin en Likoed, heeft de Holocaust al aan belang ingeboet in Israël. In de VS en Europa daarentegen, lijkt hij nog aan belang en sacraliteit te winnen. Past men hierop de stelling van Segev toe dan kan dit toegeschreven worden aan gevoelens van onzekerheid, een labiele identiteit bij diaspora-joden. Daar is wel iets van, maar de aandachtsverschuiving heeft zeker ook te maken met het feit dat in het westen de Holocaust steeds meer wordt losgekoppeld van jodendom en Israël, een ideologische weerspiegeling van de in de jaren tachtig verbrede kloof tussen wereldjodendom en Israël.

In het voorbije decennium hebben joodse en niet-joodse belangengroepen in de VS hard geijverd om de Holocaust te amerikaniseren. Hij moet geïntegreerd worden in de nationale ideologie. Elke Amerikaan moet zich kunnen terugvinden in het verhaal van de slachtoffers en dat zou democratie en verdraagzaamheid ten goede komen. In de VS zijn nu al veel meer Holocaustcentra dan in Israël. Midden dit jaar werd in Washington zowaar een nationaal Holocaustmuseum geopend. Ook in West-Europa geraakt de Holocaust steeds meer ontjoodst. De herinnering wordt vooral gebruikt als politiek strijdwapen tegen extreem-rechts (dat onverdraagzaamheid en haat nu vooral op andere vreemdelingen richt). In dat politieke strijdkader worden alle slachtoffers van het nationaal-socialisme steeds meer over dezelfde kam geschoren. De anti-fascistische strijd, de politieke bruikbaarheid van de herinnering primeert op herdenking.

Terwijl de bruikbaarheid van de Holocaust in Israël lijkt af te nemen, stijgt ze in het westen. De Holocaust wordt er almaar sacraler en meer getaboeïseerd. Maar zoals de diaspora-joden geraakt de Holocaust er steeds verder geassimileerd en ontjoodst. Dat verklaart voor een stuk de steeds fellere reacties uit joodse kringen, ook van historici, die de uniciteit, de absolute onvergelijkbaarheid van de Holocaust beklemtonen op een wijze die in Israël grotendeels is voorbijgestreefd. Dit alles is goed noch kwaad, maar iets waar men zich bewust kan van zijn of worden.

Verschenen in De Morgen, 16 oktober 1993